Begrippenlijst

A-J K-Z

Achterboom
Boogvormig en opstaand achterdeel van het zadel

Afstand
De ruimte tussen 2 ruiters, zowel in de manege als buiten. Je moet een afstand houden van 2m houden tussen jouw paard en het paard dat voor je loopt.

Bit
Een metalen voorwerp dat soms bekleed is met rubber of leer, dat in de mond van het paard wordt geplaatst en waarmee het paard via de teugels bestuurd wordt. Er zijn talloze soorten bitten, maar de verschillende trensbitten worden het meest gebruikt.

Concours hippique
Een soort wedstrijd waarbij het paard en de ruiter verschillende hidernissen moeten nemen en een uitgestippeld parcour moeten volgen. De hindernissen zijn los, als het paard ze raakt vallen ze om.

Cross-country
Een parcours in de natuur met vaste hindernissen dat binnen een bepaalde tijd moet worden afgelegd.

Draf
Een van de natuurlijke gangen van een paard. De draf zit tussen de stap en de galop in. In draf kan je: doorzitten (blijven "plakken" aan het zadel) en lichtrijden (staan-zitten in het ritme van de pony)

Dressuur
Training van het paard met het doel hem vertrouwd te maken met steeds subtielere hulpen en steeds meer ingewikkelde oefeningen. Het is ook een wedstrijddiscipline.

Galop
Snelste natuurlijke gang van een paard.

Gang
De manier waarop een paard zich verplaaatst. Er zijn natuurlijke gangen, nl. stap, draf en galop en kunstmatige gangen, zoals de piaff.

Halster
Soort bitloos hoofdstel waarmee een paard geleid of vastgezet wordt.

Hand
Als je traint in de manege rijd je op de rechterhand (je rechterhand zit aan de binnenkant) of op de linkerhand (je linkerhand zit aan de binnenkant). Van hand veranderen betekent dat je van de ene hand naar de andere gaat.

Hoefslag
Het paadje dat door de hele bak langs de kant loopt.

Hoofdstel
Tuig rond het hoofd zan het paard.

Hulpen
Manier van communiceren met een paard waardoor hij de oefeningen doet die jij aangeeft.

Inrijden
Eerste fase van het africhten van een jong paard. Deze fase gaat niet verder dan het dragen van een zadel, hoofdstel en een ruiter.