Zintuigen ven het Paard

Het paard gebruikt zijn zintuigen, net als de mens, om op te merken wat er in zijn omgeving gebeurt. De zintuigen zijn te verdelen in:
* gezichtsvermogen (ogen)
* gehoor (oren)
* reuk (neus)
* smaak (tong en verhemelte)
* gevoel (huid)

Gezichtsvermogen

Het paard heeft een ander gezichtsvermogen dan de mens. Zijn ogen staan opzij van zijn hoofd. Dit heeft twee gevolgen: hij ziet met zijn ene oog iets heel anders dan met het andere en hij kan zonder zijn hoofd te draaien bijna helemaal om zich heen kijken. Een klein deel van dit gezichtsveld is echter maar scherp; recht voor en recht achter zich heeft het paard blinde vlekken. Een paard kan een paar honderd meter ver zien. Een paard kan geen diepte zien, waardoor hij makkelijk kan schrikken van een stuk papier of iets dergelijks. Vroeger werd er gedacht dat paarden geen kleuren konden zien, maar tegenwoordig denkt men dat paarden wel degelijk kleuren als rood, geel, groen en blauw kunnen onderscheiden.
De beeldvorming van een paard vertoont onscherpe plekken. Men noemt dit astigmatisme. Hierdoor kan een paard niet alles op eenzelfde afstand van het oog even scherp zien.

Gehoor

Het paard hoort vele malen beter dan de mens. Met hun beweeglijke oren vangt hij voortdurend allerlei geluiden op uit de omgeving. Als het paard het hoofd opheft, de halsspieren spant en de oren scherp spitst, heeft hij iets gehoord. Het gehoor speelt ook een rol bij de oriëntatie van het paard in het donker. Zowel geluiden uit de verte als de klank van zijn hoeven op de grond zorgen ervoor dat een paard in de duisternis veel beter zijn weg kan vinden dan een mens.

Reuk

Het reukorgaan van paarden is sterk ontwikkeld. Zij kunnen uitstekend verschillende geuren onderscheiden. Een paard kan bijvoorbeeld ruiken of er andere paarden in de wei staan. Als ze iets bijzonders ruiken, steken paarden vaak hun neus in de lucht en trekken hun bovenlip op. Bij hengsten is dat vaak een teken dat ze een merrie hebben ontdekt. Dit gebaar noemen we flemen. Paarden ruiken of hun drinkwater en hun voedsel goed zijn. Als de geur ze niet aanstaat, zullen ze het laten staan. In sociaal opzicht is het reukorgaan voor paarden zeer belangrijk. Een nieuweling wordt eenst uitgebreid besnuffeld door de anderen. Heeft het paard eenmaal een geur opgeslagen, dan zal hij die niet meer vergeten, ongeacht het feit of hij hem aardig vond of niet.

Smaak

Het smaakorgaan van paarden helpt hen giftige planten te onderscheiden van niet-giftige. Zo eten ze in de wei alleen de niet-giftige bestanddelen van de boterbloem. Verder hebben paarden net als mensen een voorkeur voor af een afkeer van bepaalde smaken. In het algemeen houden ze het meest van zoet, maar ook een zure appel zullen ze eten. Ze likken graag aan een zoutblok.

Gevoel

Een paard reageert op de geringste aanraking; het gevoel is dan ook zeer goed ontwikkeld. Dat blijkt duidelijk als er een vlieg op hun huid zit, die ze verjagen doorte trillen met een onderhuidse spier. Ze kunnen hun naaste omgeving verkennen met de lange tastharen aan hun onder- en bovenlip. De meeste paarden vinden het fijn om op hun huid gekriebeld te worden, vooral onder hun kin en op hun neus.